Van de kelder naar de spreekruimte. BDSM in de praktijk.

Seeuws, J., Waterschoot, A. (2018). Van de kelder naar de spreekruimte. Het effect van psycho-educatie op kennis over, competentie en attitudes ten aanzien van BDSM bij Vlaamse hulpverleners. Eindwerk PEV Seksuologie, UGent, 101p.

Most people find it difficult to grasp that whatever they like to do sexually will be thoroughly repulsive to someone else, and that whatever repels them sexually will be the most treasured delight of someone, somewhere… Most people mistake their sexual preferences for a universal system that will or should work for everyone.’ (Rubin, 1984, p. 283)

 

ABSTRACT

Doelstelling: Gezien de meest recente prevalentiestudies van BDSM aangeven dat zo’n tien procent van de mensen deze seksuele voorkeur heeft, kunnen we ervan uitgaan dat elke hulpverlener wel professionele contacten met BDSM-beoefenaars zal hebben. Onderzoek toont echter aan dat men hierover niet steeds open durft te zijn uit angst voor onbegrip, psychopathologisering en stigmatisatie. Geanticipeerd stigma heeft een effect op het psychologisch en algemeen welbevinden van personen uit minderheidsgroepen. Het leek ons dan ook opportuun om enerzijds na te gaan hoe Vlaamse hulpverleners kijken naar dit thema door hun kennis over BDSM, attitudes ten aanzien van BDSM en het gevoel vaardig genoeg te zijn om met deze doelgroep samen te werken in kaart te brengen. Anderzijds wilden we hulpverleners informatie verschaffen opdat zij hun zorgaanbod nog beter kunnen afstemmen op deze seksuele minderheidsgroep, en nagaan of dit vervolgens een positief effect heeft op bovengenoemde afhankelijke variabelen.

Methode: Er werd een vorming over BDSM geconstrueerd die afgestemd was op maat van hulpverleners uit de medische zorg, psychische en psychosociale zorg. In totaal werden er tien vormingsmomenten verspreid over Vlaanderen georganiseerd. Tweehonderdvijftien deelnemers vulden voor en na deze vorming een vragenlijst in die peilde naar hun kennis over, attitudes en gevoel van competentie ten aanzien van samenwerken met cliënten of patiënten die BDSM beleven. We verwachtten dat hulpverleners in de post-vragenlijst beter zouden scoren op de drie afhankelijke variabelen, en dat zij zich meer comfortabel zouden voelen om samen te werken met deze doelgroep.

Resultaten: Het volgen van de vorming heeft een significant effect op respondenten hun kennis over en attitudes ten aanzien van BDSM. Voor de vorming behaalde men gemiddeld 26.24 % op de kennisvragenlijst, na de vorming werd dit 68.94 %. Hoewel bleek dat deelnemers voor de vorming eigenlijk geen sterk negatieve attitudes vertoonden ten aanzien van BDSM, hebben zij na de vorming positievere attitudes. Hulpverleners lijken geen a priori negatieve houding tegenover BDSM-beoefenaars te hebben, maar hun tekort aan kennis en ervaring wordt door de patiënten en cliënten misschien als dusdanig vertaald. De gemiddelden met betrekking tot de variabele competentie vertonen een stijging, maar deze is niet significant. Men geeft aan nog te weinig ervaring en handvaten te hebben om zich gesterkt te voelen tot een kwalitatieve samenwerking met de doelgroep.

Besluit: We concluderen dat het geven van psycho-educatie een sterk effect heeft op hulpverleners hun kennis over en attitudes ten aanzien van BDSM, maar dat verdere concrete handvaten hulpverleners nog meer zouden kunnen ondersteunen in de zorg voor deze doelgroep. Het verder ontwikkelen van kwalitatieve vormingsprogramma’s over BDSM en fetisjisme lijkt ons dan ook aangewezen. Dit zou niet alleen zinvol zijn voor de hulpverleners zelf, maar eveneens voor de cliënten en patiënten die BDSM beleven en bij hen in de consultatieruimte terechtkomen. We hopen dat iedereen met fysieke en psychische bezorgdheden of moeilijkheden gerelateerd aan deze van de norm afwijkende seksuele voorkeur de weg mag vinden naar hulpverleners die zich met meer vorming daaromtrent gesterkt voelen om hen de gepaste zorg te bieden. We motiveren ook graag de BDSM-beoefenaars om steeds het volledige verhaal te brengen aan de hulpverlener, opdat die de gepaste diagnose kan stellen. Elk verhaal is immers uniek en verdient een onbevooroordeelde aanpak op maat.

Download het volledige eindwerk hier.