Wie doet aan BDSM?

Onderdanigen, dominanten, switches, sadomasochisten, fetisjisten, …

Man of vrouw, jong of oud, hetero-, bi- of homoseksueel: iedereen kan van BDSM houden. Het cliché van de succesvolle oudere meester en het jonge onderdanige meisje dat door het populaire boek Vijftig Tinten Grijs (E.L. James, 2012) weergegeven wordt, is maar één beeld. Er zijn namelijk ook onderdanige mannen, dominante vrouwen of mensen die graag beide rollen op zich nemen en daarom ‘switch’ genoemd worden. Elke mogelijke combinatie tussen genderidentiteit en een bepaalde rol binnen de BDSM-wereld, is mogelijk.

Vaak wordt de naam van degene die de controle heeft, geschreven met een hoofdletter, bijvoorbeeld “Meesteres Charlotte”. De onderdanige wordt online of in schrijfsels aangeduid met een kleine letter, bijvoorbeeld “slaaf thomas”. Wanneer zij over zichzelf als koppel spreken, kunnen zij bijvoorbeeld vrienden uitnodigen als volgt: “W/wij heten J/jullie van harte welkom voor een etentje bij O/ons thuis. Groeten, Charlotte en thomas.”

BDSM’ers zijn geen gevaarlijke mensen

Mensen die van BDSM houden, zijn bovendien niet de vreemde snuiters die je vaak in films ziet. Elke BDSM’er is immers iemands kind, (groot)ouder, buurman, collega, klusjesman, kapster, leraar, dokter, enzovoort. Het verhaal van deze “gewone” mensen die in hun privéleven aan BDSM doen, komt helaas weinig aan bod. Daarom verwarren veel mensen BDSM met vormen van geweldpleging zoals agressie of verkrachting. Nochtans is het binnen een BDSM-spel van cruciaal belang dat beide partners vrijwillig meedoen aan het veilig en verantwoord spel. In een context van geweldpleging, houdt de dader geen rekening met de gevoelens en grenzen van zijn/haar slachtoffer. Dan hebben de pijnprikkels niets meer te maken met BDSM of erotiek, maar kunnen ze zelfs lichamelijk of psychisch trauma nalaten.